Dag 6 – Bij de les blijven

17 februari 2017 - Thema: , , , , | Herbert van Daalen

In de Romaschool in het dorp Velika Dobron (Hongaars: Nagydobrony) in Oekraïne gaan de kinderen netjes staan als we de klas binnenkomen. “Áldás békesség”, roepen ze in koor. God zegent u, betekent dat. Deze school bestaat al sinds 1998. Kinderen uit drie Romakampen in de omgeving krijgen hier les. Er zijn drie kampen omdat de Roma niet door een deur kunnen. Hier in de klas zitten de kinderen gebroederlijk en zusterlijk bij elkaar. Dat belooft veel goeds voor de toekomst… We nemen afscheid van deze klas. De kinderen hebben al wat Engelse woordjes geleerd. “Goodbye teacher”, zeggen ze.

Net als de school die we een dag hiervoor bezoeken, worden de kinderen hier ook voorbereid op het onderwijs op de ‘gewone’ staatsschool. De Romaschool heeft ook twee zogenaamde correctieklassen, zeg maar klassen waar speciaal onderwijs wordt gegeven. Een van de klassen bestaat uit kinderen die onregelmatig op school komen. Als ouders enkele weken werk hebben gevonden 100 kilometer verder dan gaan de kinderen mee… en krijgen ze geen onderwijs. Op een schoolbord in de directiekamer wordt precies bijgehouden hoeveel kinderen elke dag bij de les zijn. Het aantal kinderen verschilt per dag.

Een andere klas bestaat uit kinderen die verstandelijk of sociaal niet helemaal mee kunnen komen met de andere leerlingen. Ook zij staan op als we binnenkomen. De kinderen hebben al tot tien leren tellen. Een kind komt zelfs tot veertig. “De kinderen zijn erg gedisciplineerd, meer nog dan kinderen op de staatsschool”, zegt de juf. “Ze zijn dankbaar dat ze naar school mogen.” Thuis huiswerk maken is geen optie, dus alles wordt op school gedaan. De tweede generatie kinderen zitten hier op school. “Er zijn veranderingen merkbaar in de Romagezinnen. Men gaat steeds meer beseffen hoe belangrijk onderwijs is,” zegt de directrice.

Na twee uur bezoek gaan we weg, terug naar Hongarije en weer terug naar Nederland. Bij de Oekraïnse grens worden we gecontroleerd. We krijgen netjes een stempel op een beduimeld papiertje. Het kenteken van de auto staat erop vermeld en het aantal passagiers. De vrouwelijke douane gebaart dat we mogen vertrekken. We rijden richting de brug over de rivier de Tisza, die Hongarije en Oekraïne scheidt. We leveren ons briefje in bij een Oekraïense militair. Hij leest ons de les. We missen een stempel. Helaas moeten we terug. We rijden achteruit de brug af. We draaien de auto en rijden tegen het verkeer in richting de douanepost. Na een kwartier hebben we de tweede stempel te pakken.

Opnieuw komen we bij de brug. De militair glimlacht en laat ons door. Daarna staan we nog zo’n drie kwartier voor de Hongaarse grens. Iedere auto wordt aan alle kanten beklopt. De kofferbak moet open. En dan zijn we zover om driehonderd kilometer rit naar Budapest aan te vangen. We hebben de afspraak dat we de huurauto voor 16.00 uur (sluitingstijd) terugbrengen. Het is druk in Budapest. Het spitsuur is begonnen. Om 15.55 staan we voor de poort van de verhuurmaatschappij. De telefoon gaat. De verhuurder belt. “Zijn jullie al in de buurt?” We zeggen: “Kijk maar door het raam, dan ziet u ons net de parkeerplaats oprijden.”

Een taxi brengt ons naar het hotel in de buurt van het vliegveld. De dag zit erop. We hebben vandaag weer veel indrukken opgedaan. Wat is het bijzonder om christenen uit diverse culturen te ontmoeten en het geloof te delen. Ondanks taalverschillen ervaren we een geestelijke band. Het is geweldig om te zien dat God werkt. Mensen worden geïnspireerd door Zijn Geest. Ondanks de moeilijke omstandigheden blijven ze op hun post en zetten zich in om het Koninkrijk van God uit te breiden. We hebben weer heel wat lessen geleerd.

 


--- Ontdek meer over onze huidige campagne ---

Meer informatie over onze huidige campagne