Uitzichtloos en surrealistisch

12 april 2017 - Thema: , , , | Albert Heldoorn

Samen met Groot Nieuws Radio-verslaggever Marien Korterink ben ik naar Belgrado afgereisd. Het heeft net geonweerd als we aankomen. Midden in de stad tref je ze aan: de vluchtelingen, die van alle kanten uit hun schuilplaats komen nu de regen ophoudt. Hier is het grote busstation in de binnenstad van Belgrado, waar tientallen mensen met boodschappentassen vol op de bus en de tram stappen.

Het is een wereldstad. Hotels met vele etages, winkels met volle (Westerse) etalages. Dure auto’s, chique restaurants, leuke terrasjes. Hoe schrijnend is het om nog geen driehonderd meter verderop op een verlaten spoorwegemplacement een diep en diep trieste wereld aan te treffen. Veel Afghaanse en Pakistaanse mannen vind je hier bij aantallen van honderden tegelijk in slooprijpe, grauwe gebouwen. Hier en daar branden vuurtjes, een enkeling zit op zijn hurken zich te scheren, kijkend in een spiegelscherf. Veel jongens van elf tot zeventien jaar tref je hier aan. De zon schijnt inmiddels weer en ze voetballen met elkaar of doen een spelletje.

Plotseling staan ze allemaal op en vormen ze een lange rij voor de bestelbus, die midden op het rangeerterrein stopt. De bananendozen in de bus gaan open en de mannen wachten geduldig tot ze een broodje en een pakje noedels krijgen. Een paar honderd mannen krijgen zo hun voedsel voor vandaag. De stichting HOE heeft de voeding gefinancierd. De mannen verdelen zich over het terrein en gaan de loodsen in. De vuurtjes branden en er wordt water gekookt voor de noedels.

Een paar jongemannen vertellen hoe ze de week ervoor helemaal in elkaar geslagen terugkwamen van hun poging de Hongaarse grens over steken. Ze tillen hun shirt of broek op om de bont en blauwe benen te laten zien of de striemen op hun buik. Politiehonden haalden hen in en de agenten deden de rest. Desondanks blijven ze hoop houden om naar het Westen te komen. Die drang is groot. Ze geven zich over aan mensensmokkelaars die hen vlak voor de grens afzetten om hen daarna te beroven.

Vandaag (11 april) zijn er in de plaats Síd 200 vluchtelingen opgepakt en naar een kamp in het zuiden vervoerd, waar ze nu onder toezicht staan van de politie (het Rode Kruis meldde 12 april dat er nog 30 vast zitten, red.) Oorzaak: twee van hen hebben ingebroken en spullen ontvreemd. De politie wil uitzoeken wie het gedaan heeft. Ondertussen blijft het in alle vluchtelingenkampen behelpen. De sanitaire voorzieningen zijn minimaal. Gelukkig zijn er nu vergeleken bij eerder wat verplaatsbare toiletten geplaatst. En er loopt over het terrein een noodwaterleiding, die hen van vers leidingwater voorziet.

Voor de rest is er niets: uitzichtloos en surrealistisch zijn nog steeds de begrippen die misschien wel het best samenvatten wat hier gebeurt.

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn

4 december 2017

De kerk van evangelist Florin in Insuratei werd vorig jaar bij een veiligheidsinspectie afgekeurd, zodat de gemeente geen diensten meer mocht houden. Een aantal ramen en deuren moest worden vernieuwd. Ook moesten twee houten draagpilaren worden vervangen door metalen... Lees meer

Mijn naam is Pecsi Katalin-Blanka. Ik ben student van de Roemeense afdeling van de Hongaarse Károly Gáspár Universiteit. In de afgelopen drie maanden nam ik deel aan de International Class van de Driestar Hogeschool in Gouda. Aanvankelijk voelde ik... Lees meer

30 november 2017

Stichting HOE heeft een animatie laten maken. Deze animatie verbeeldt in nog geen twee minuten wat HOE doet en waarom we het werk in Oost-Europa doen. We zijn erg benieuwd wat u hiervan vindt. Stuur reacties naar: hvdaalen@stichtinghoe.nl. Lees meer