Dinsdag 29 september
Reisverslag door Nieske Selles – ten Brinke
“En wie een van deze kleinen slechts een beker koud water te drinken geeft omdat hij een discipel is, voorwaar, Ik zeg u: hij zal zijn loon beslist niet verliezen.” (Mattheus 10:42)
Vanmorgen waren we te gast in Oltalom – een belangrijke organisatie in Hongarije die onder andere werkt met daklozen. HOE ondersteunt deze organisatie al vele jaren, omdat zij van de regering nauwelijks steun ontvangen.
We werden ontvangen door iemand die al vanaf haar zeventiende op deze plek studeert en er nu ook werkt. Ze zei: ‘We hebben door de jaren heen geleerd niet op mensen te vertrouwen als het om middelen en financiën gaat, maar op God. Hij geeft ons wat nodig is en we hebben al veel wonderen meegemaakt.’
Ze heeft ons uitgebreid verteld over hoe de organisatie is ontstaan, wat de doelstellingen zijn en hoe er gewerkt wordt. Een belangrijk uitgangspunt is dat het geen zin heeft om het evangelie met mensen te delen, als zij honger hebben of als zij geen kleding hebben of geen plek om hun hoofd neer te leggen. Daarom voorzien zij in Oltalom in deze allereerste levensbehoeften voor de daklozen uit Budapest, om vervolgens ook het evangelie met hen te delen. Ook Kees Blokland, vrijwilliger bij HOE, was samen met zijn vrouw aanwezig. Hij heeft contacten vanuit HOE met de mensen die hier actief zijn.
We zijn in twee groepen rondgeleid door de verschillende ruimtes. Zij noemen de straten met plastic overkappingen ‘verwarmde straten’. Er staan honderden stalen bedframes met matrassen en veel van deze bedden worden beslapen door mensen die diep liggen weggedoken onder een stapel dekens. Sommigen hebben tassen bij zich onder de dekens uit angst dat hun schamele bezittingen van hen kunnen worden afgenomen.
Terwijl ik niet weet waar ik kijken moet – zoveel ellende – valt mijn oog op een vrouw naast mij in een bed. Ze ligt met de rug naar mij toe, haar ogen gesloten.
Ik besluit op dat moment dat ik mij onmogelijk door alle situaties van de honderden mensen hier kan laten raken, maar ik kan mij wel door de situatie van één vrouw laten raken. Ik wil haar zien met de ogen van Jezus. In mijn hart is het gebed: ‘Heer, laat mij haar zien zoals U haar ziet. Laat haar situatie mij raken, zoals het U raakt.’
Misschien had ik dit gebed beter niet kunnen bidden, want Hij verhoorde het meteen.
Ik raak zacht haar schouder aan. Ze opende haar ogen en keek naar mij op. ‘Hello!’, zeg ik, terwijl ik in haar ogen kijk. ‘Hello’, antwoord ze. Haar verbaasde, verwarde uitdrukking verandert in een glimlacht. Ik pak haar hand en raak kort haar wang aan. ‘Jesus loves you so much, and me too’, zeg ik. ‘yes, yes…’, zegt ze stamelend. Ze blijft mij aankijken en in onze ogen komen tranen. Ik herinner mij onmiddellijk mijn gebed: ‘Laat mij haar zien, zoals U haar ziet.’
‘You are His lovely child’, zeg ik tegen haar. ‘yes, thank you…’, fluistert ze.
Ik loop weer verder, en probeer de mensen in de ogen te kijken. Als mens… gelijkwaardig. Maar wat is dat moeilijk. Wij lopen daar met onze rugtasjes en lunchpakketjes. Onze telefoons en het vooruitzicht van een warm bed in ons hotel… over twee dagen onze geliefden thuis…
Hier is de situatie 365 dagen per jaar, 24 uur per dag, zeven dagen per week hetzelfde.
En toch! Hier werken mensen met liefde voor Jezus en met een groot hart voor deze daklozen. Ze krijgen drie keer per dag gezond eten, er zijn medicijnen, er is aandacht, een bed, een overkapping.
Als we teruglopen, ligt de vrouw die ik kort sprak weer met haar ogen dicht. Ik zoek in mijn tasje om te kijken of ik haar iets kan geven. Ik vind een kaartje met een roze roos. Geen tekst, alleen maar de roos. Ik raak opnieuw haar schouder aan, ze kijkt me aan en ik geef haar het kaartje. ‘For you’, zeg ik. Ze kijkt, kust het kaartje en houdt het tegen haar borst. Het is niet veel, maar voor haar meer dan ze mogelijk in tijden heeft ontvangen.
Dit bezoek aan deze plek in Budapest zal ik nooit vergeten.
We gaan met de metro terug naar het centrum, waar we in groepjes even napraten tijdens een wandeling of op een terrasje. Anderen gaan alleen op stap.
Vanaf 15.00 uur treffen we elkaar weer bij de rondvaartboot. We maken een prachtige tocht over de Donau en genieten van bijzondere gebouwen en mooie uitzichten.
We eten opnieuw in het Joodse restaurant Spinoza, waarna een deel van de groep terug gaat naar het hotel terwijl een groepje anderen nog naar de verlichte Citadella gaat: een flinke wandeling met een uitdagende klim, maar met prachtig uitzicht.
Morgen wordt een lange dag in de bus. We gaan terug naar ons eerste hotel in Duitsland, net over de grens met Tsjechië. De reis loopt nu echt bijna ten einde…
De dag in beeld














